Vakantiehuizen Regionaal Park des Grand Causses

In het stroomgebied van de rivier de Tarn ligt het ‘parc naturel régional des grands Causses’. Het regionale natuurpark wordt in het noorden begrenst door de streek de Auvergne, in het zuiden door het regionaal natuurpark du Haut Languedoc en in het oosten door het regionaal natuurpark de Cevennes. Daarmee maakt het park deel uit van een netwerk van natuurgebieden in het Massif Central, het oudste gebergte van West-Europa.

Het park heeft een mozaïek aan landschappen variërend van dorre kalksteenplateaus met vele grotten en onderaardse rivieren, bergen, ravijnen en groene valleien in het decor van het middelgebergte. Aan het grote aantal onderaardse rivieren ofwel ‘de causses’ ontleent het park zijn naam.

Op de kalksteenplateaus kunt u nog sporen vinden van menselijke activiteit, dat terug te herleiden is tot Neolithische tijden. De dolmen of grafheuvels zijn duidelijk zichtbaar in het landschap dat door begrazing door schapen gekenmerkt wordt door graslanden en heidevelden.

De Tarnvallei is groen en de bergen zijn bedekt met steeneiken die zich weten te handhaven tegen de flauwe hellingen van de ravijnen die zijn uitgesleten door talrijke zijrivieren.  Bijzonder zijn de rode heuvels van de Rougiers. De 320.000 hectare van het natuurpark herbergen daarmee een grote diversiteit aan landschappen en biotopen.

Lees meer over vakantiehuizen in Regionaal Park des Grand Causses

50 Natuurhuisjes

In het stroomgebied van de rivier de Tarn ligt het ‘parc naturel régional des grands Causses’. Het regionale natuurpark wordt in het noorden begrenst door de streek de Auvergne, in het zuiden door het regionaal natuurpark du Haut Languedoc en in het oosten door het regionaal natuurpark de Cevennes. Daarmee maakt het park deel uit van een netwerk van natuurgebieden in het Massif Central, het oudste gebergte van West-Europa.

Het park heeft een mozaïek aan landschappen variërend van dorre kalksteenplateaus met vele grotten en onderaardse rivieren, bergen, ravijnen en groene valleien in het decor van het middelgebergte. Aan het grote aantal onderaardse rivieren ofwel ‘de causses’ ontleent het park zijn naam.

Op de kalksteenplateaus kunt u nog sporen vinden van menselijke activiteit, dat terug te herleiden is tot Neolithische tijden. De dolmen of grafheuvels zijn duidelijk zichtbaar in het landschap dat door begrazing door schapen gekenmerkt wordt door graslanden en heidevelden.

De Tarnvallei is groen en de bergen zijn bedekt met steeneiken die zich weten te handhaven tegen de flauwe hellingen van de ravijnen die zijn uitgesleten door talrijke zijrivieren. Bijzonder zijn de rode heuvels van de Rougiers. De 320.000 hectare van het natuurpark herbergen daarmee een grote diversiteit aan landschappen en biotopen.

Flora en fauna

De grote diversiteit aan landschappen en het Mediterrane klimaat zorgen ook voor een diversiteit aan flora en fauna. De enorme kalkgraslanden hebben een extreme hoeveelheid aan flora, met name het aantal orchideeën zijn noemenswaardig. Bijzonder is de aanwezigheid van de carderelle, een plant uit de familie van de paardenbloem, de witte muurpeper en schubvarens die in de spleten van kalkrotsen hun onderkomen vinden. Hier is ook de muurhagedis waar te nemen en de overweldigende geur van wilde tijm zal u zeker niet ontgaan. De heidevelden herbergen jeneverbessen die in de rest van Europa hard in aantallen achteruitgaan.

De beukenbossen op de heuvels zijn met de ondergroei van buxus en hulst van een bijzondere kwaliteit. In deze bossen zwerven wilde zwijnen en herten rond en jagen haviken op houtduiven en ’s nachts hoort u de roep van bosuil die soms verward wordt met de roep van de oehoe, de grootste nachtelijke roofvogel van Europa.

De Lavognes met waterreservoirs zijn een paradijs voor salamanders, kikkers en padden. De vale gier is in 1982 opnieuw geïntroduceerd wat zeer succesvol is geweest. Vandaag de dag nestelen er weer 140 paren in de ‘Gorges du Tarn’ en ‘Lonte’. Monniksgieren die iets groter en donkerder zijn dan de vale gier nestelen sinds 1992 ook in de eiken langs op de berghellingen. Er zijn nu 18 paren die ook broeden in het park. In de rivierdalen met broekbossen van zwarte els en paardenstaarten en watermunt gedijd de Europese bever zeer goed, die het park weer hebben gekoloniseerd.